Naar hoofdinhoud

DEEL II › HOOFDSTUK III › Afdeling II. A

Artikel 33

Artikel 33

Onderdeel van Protocol nopens de verkeerstekens· Vervoersrecht

Deze tekst geldt sinds 22 oktober 1964

1. Het teken „STOP BIJ KRUISPUNT” wordt gebruikt om aan te geven dat een bestuurder moet stilhouden alvorens zich op een andere weg te begeven en aan de op die weg rijdende voertuigen voorrang dient te verlenen. 2. Dit teken bestaat uit een naar beneden gerichte rode driehoek, omsloten door een rode cirkel. De driehoek mag het woord „stop” dragen, zoals aangegeven in figuur II. A. 16. 3. De middellijn van dit teken bedraagt ten minste 90 centimeter voor het standaardformaat en ten minste 60 centimeter voor het verkleinde formaat. 4. Dit teken wordt aangebracht langs wegen zonder voorrang op passende afstand van het kruispunt, welke afstand binnen bebouwde kommen ten hoogste 50 meter en daarbuiten ten hoogste 25 meter bedraagt. Het verdient aanbeveling op zulk een weg bovendien zo dicht mogelijk bij het kruispunt een teken, merk of streep aan te brengen om aan te duiden, waar men zich moet opstellen. 5. Het teken II. A. 16 mag worden voorafgegaan door een vooraanduidingsteken, bestaande uit het teken I, 22, aangevuld met een rechthoekig bord, waarop de afstand tot het kruispunt is aangegeven, zoals in figuur I, 22a. Wanneer zich nog andere kruisingen bevinden tussen het vooraanduidingsteken en de kruising met een voorrangsweg of hoofdverkeersweg, wordt het vooraanduidingsteken na elk van deze andere kruisingen herhaald.

Rechtspraak bij dit artikel