Spoorwegovergangen zijn niet zonder afsluitbomen of halve afsluitbomen, noch zonder signalen welke de nadering van een trein aankondigen, tenzij de spoorbaan van beide zijden van de overgang voor de weggebruikers duidelijk zichtbaar is, waarbij in het bijzonder rekening wordt gehouden met de snelheid der treinen, zodat de bestuurder van een voertuig, van welke zijde hij de spoorbaan ook nadert, tijd heeft voor de spoorwegovergang stil te houden, wanneer er een trein in zicht is en de weggebruikers die zich bij de nadering van een trein reeds op de overweg bevinden, de overgang tijdig kunnen verlaten.
DEEL III
Artikel 50
Artikel 50
Onderdeel van Protocol nopens de verkeerstekens· Vervoersrecht
Deze tekst geldt sinds 22 oktober 1964