Staten, welke niet ondertekend hebben, kunnen tot deze Regeling toetreden. Te dien einde geven zij kennis van hun voornemen aan de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties, die alle Verdragsluitende Staten en alle Leden van de Verenigde Naties hiervan in kennis zal stellen.
Het oorspronkelijke verdrag is tot stand gekomen op 18 mei 1904 (Stb. 1907/79) en is voor het Koninkrijk der Nederlanden in werking getreden op 14 juli 1907 (Trb. 1961/100).
Artikel 7
Artikel 7
Onderdeel van Internationale Regeling tot bestrijding van de zogenaamde handel in vrouwen en meisjes, zoals gewijzigd door het Protocol van 4 mei 1949· Internationaal publiekrecht
Deze tekst geldt sinds 21 juni 1951