Naar hoofdinhoud

TITEL I

Artikel 10

Artikel 10

Onderdeel van Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen· Internationaal publiekrecht

Deze tekst geldt sinds 3 februari 1955

De Hoge Verdragsluitende Partijen kunnen te allen tijde overeenkomen de taak welke krachtens dit Verdrag op de beschermende Mogendheden rust, toe te vertrouwen aan een organisatie die alle waarborgen van onpartijdigheid en doeltreffendheid biedt. Indien krijgsgevangenen, om welke reden ook, niet of niet meer de voordelen genieten van de werkzaamheden van een beschermende Mogendheid of van een organisatie, aangewezen overeenkomstig het eerste lid, moet de gevangenhoudende Mogendheid een onzijdige Staat of een organisatie, als bovenbedoeld, verzoeken de taak op zich te nemen, welke krachtens dit Verdrag rust op door de Partijen bij het conflict aangewezen beschermende Mogendheden. Indien op deze wijze niet in de bescherming kan worden voorzien, moet de gevangenhoudende Mogendheid een humanitaire organisatie, zoals het Internationale Comité van het Rode Kruis, verzoeken de menslievende taak, anders krachtens dit Verdrag door beschermende Mogendheden uitgeoefend, op zich te nemen, dan wel, behoudens de bepalingen van dit artikel, het aanbod van de diensten door een zodanige organisatie aanvaarden. Iedere onzijdige Mogendheid of iedere organisatie die door de belanghebbende Mogendheid wordt aangezocht dan wel zich met het bovenbedoeld oogmerk aanbiedt, moet zich bij haar optreden bewust blijven van haar verantwoordelijkheid ten opzichte van de Partij bij het conflict, tot welke de door dit Verdrag beschermde personen behoren, en moet voldoende waarborgen bieden, dat zij in staat is de betreffende taak op zich te nemen en deze op onpartijdige wijze uit te voeren. Van de voorgaande bepalingen mag niet worden afgeweken bij bijzondere overeenkomst tussen Mogendheden van welke zich één ten gevolge van het verloop der krijgsverrichtingen, zelfs tijdelijk, ten opzichte van de andere Mogendheid of haar bondgenoten in haar vrijheid van onderhandelen beperkt ziet, in het bijzonder ingeval het grondgebied van eerstbedoelde Mogendheid, of een belangrijk gedeelte daarvan, is bezet. Waar in dit Verdrag wordt gesproken van een beschermende Mogendheid, wordt daaronder begrepen een vervangende organisatie in de zin van dit artikel.

Rechtspraak bij dit artikel