Naar hoofdinhoud

TITEL II

Artikel 13

Artikel 13

Onderdeel van Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen· Internationaal publiekrecht

Deze tekst geldt sinds 3 februari 1955

Krijgsgevangenen moeten te allen tijde menslievend worden behandeld. Iedere onrechtmatige handeling of nalatigheid van de zijde van de gevangenhoudende Mogendheid, welke de dood van een krijgsgevangene die zich in haar macht bevindt, ten gevolge heeft dan wel zijn gezondheid ernstig in gevaar brengt, is verboden en wordt beschouwd als een ernstige inbreuk op dit Verdrag. In het bijzonder mag geen krijgsgevangene lichamelijk worden verminkt of onderworpen aan geneeskundige of wetenschappelijke proefnemingen van welke aard ook, welke door de geneeskundige behandeling van de betrokken krijgsgevangene niet gerechtvaardigd noch in diens belang zouden zijn. Evenzo moeten krijgsgevangenen te allen tijde worden beschermd, in het bijzonder tegen iedere daad van geweld of vreesaanjaging, tegen beledigingen en de nieuwsgierigheid van het publiek. Represaillemaatregelen ten aanzien van krijgsgevangenen zijn verboden.

Rechtspraak bij dit artikel