Het afvoeren van krijgsgevangenen moet steeds op menslievende wijze geschieden en onder omstandigheden, gelijk aan die waaronder troepen van de gevangenhoudende Mogendheid worden verplaatst.
De gevangenhoudende Mogendheid moet gedurende het afvoeren aan de krijgsgevangenen in voldoende hoeveelheid drinkwater en voedsel verschaffen, zomede de nodige kleding en geneeskundige verzorging; zij zal alle vereiste voorzorgen nemen om hun veiligheid gedurende het afvoeren te waarborgen en zo spoedig mogelijk een lijst opstellen van de krijgsgevangenen die worden afgevoerd.
Indien de krijgsgevangenen, gedurende het afvoeren, in een doorgangskamp moeten verblijven, moet dit verblijf zo kort mogelijk zijn.
TITEL III › AFDELING I
Artikel 20
Artikel 20
Onderdeel van Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen· Internationaal publiekrecht
Deze tekst geldt sinds 3 februari 1955