Naar hoofdinhoud

TITEL III › AFDELING II › HOOFDSTUK VI

Artikel 39

Artikel 39

Onderdeel van Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen· Internationaal publiekrecht

Deze tekst geldt sinds 3 februari 1955

Ieder krijgsgevangenkamp zal worden geplaatst onder het rechtstreeks gezag van een verantwoordelijk officier, die behoort tot de geregelde krijgsmacht van de gevangenhoudende Mogendheid. Deze officier moet in het bezit zijn van de tekst van dit Verdrag, moet zorg dragen, dat de bepalingen daarvan bekend zijn aan het personeel dat onder zijn bevelen staat, en zal, onder toezicht van zijn Regering, verantwoordelijk zijn voor de toepassing van het Verdrag. Met uitzondering van officieren, zijn krijgsgevangenen de militaire groet en de uiterlijke eerbewijzen, voorgeschreven in de voor hun eigen gewapende macht van kracht zijnde reglementen, verschuldigd aan alle officieren van de gevangenhoudende Mogendheid. Krijgsgevangen officieren zijn alleen gehouden de militaire groet te brengen aan officieren van hogere rang van de gevangenhoudende Mogendheid; echter zijn zij die groet verschuldigd aan de kampcommandant, onverschillig welke rang hij bekleedt.

Rechtspraak bij dit artikel