Naar hoofdinhoud

TITEL III › AFDELING IV

Artikel 66

Artikel 66

Onderdeel van Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen· Internationaal publiekrecht

Deze tekst geldt sinds 3 februari 1955

Bij het einde der krijgsgevangenschap, door invrijheidstelling of repatriëring, zal de gevangenhoudende Mogendheid aan de krijgsgevangene een door een bevoegd officier ondertekende verklaring afgeven, waaruit het hem toekomend batig saldo blijkt. Bovendien zal de gevangenhoudende Mogendheid aan de Mogendheid tot welke de krijgsgevangenen behoren, door tussenkomst van de beschermende Mogendheid, lijsten doen toekomen, welke alle bijzonderheden bevatten over de gevangenen wier gevangenschap is geëindigd door repatriëring, invrijheidstelling, ontvluchting, overlijden of op enige andere wijze, en waaruit in het bijzonder blijkt het batig saldo van hun rekeningen. Iedere bladzijde van deze lijsten zal worden gewaarmerkt door een bevoegd vertegenwoordiger van de gevangenhoudende Mogendheid. De betrokken Mogendheden kunnen bij bijzondere overeenkomst bovenstaande bepalingen geheel of gedeeltelijk wijzigen. De Mogendheid tot welke de krijgsgevangene behoort, is er voor verantwoordelijk het batig saldo dat hem door de gevangenhoudende Mogendheid bij het einde van zijn gevangenschap is verschuldigd, met hem af te rekenen.

Rechtspraak bij dit artikel