Vertrouwensmannen moeten het lichamelijk, moreel en geestelijk welzijn der krijgsgevangenen bevorderen.
In het bijzonder ingeval de gevangenen mochten besluiten in hun midden een systeem van onderlinge bijstand te organiseren, zal deze organisatie tot de bevoegdheid van de vertrouwensman behoren, naast de bijzondere werkzaamheden waarmede hij ingevolge andere bepalingen van dit Verdrag is belast.
Vertrouwensmannen zijn, enkel uit hoofde van hun functie, niet verantwoordelijk voor vergrijpen, begaan door krijgsgevangenen.
TITEL III › AFDELING VI › HOOFDSTUK II
Artikel 80
Artikel 80
Onderdeel van Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen· Internationaal publiekrecht
Deze tekst geldt sinds 3 februari 1955