Deze Overeenkomst treedt in werking wanneer zij ondertekend is namens de regeringen, waarvan de minimum inschrijvingen tezamen ten minste 65 percent bedragen van de totale inschrijvingen vermeld in Schema A, en wanneer de in sectie 2, onderdeel a, van dit artikel genoemde akten namens hen gedeponeerd zijn, maar in geen geval treedt deze Overeenkomst voor 1 mei 1945 in werking.
Iedere regering namens welke deze Overeenkomst ondertekend is deponeert bij de regering van de Verenigde Staten van Amerika een akte, waarin verklaard wordt dat zij deze Overeenkomst aanvaard heeft in overeenstemming met haar wetten en alle nodige stappen ondernomen heeft om al haar verplichtingen, voortvloeiend uit deze Overeenkomst, te kunnen nakomen.
Iedere regering wordt lid van de Bank vanaf de datum waarop de hierboven onder a vermelde akte namens haar gedeponeerd is, met dien verstande dat geen regering lid wordt voordat deze Overeenkomst in werking treedt ingevolge sectie 1 van dit artikel.
De regering van de Verenigde Staten van Amerika doet de regeringen van alle landen, waarvan de namen zijn vermeld in Schema A, en alle regeringen wier lidmaatschap in overeenstemming met artikel II, sectie 1, onderdeel b, is goedgekeurd, mededeling van alle ondertekeningen van deze Overeenkomst en van het deponeren van alle akten, bedoeld in a hierboven.
Op het tijdstip waarop deze Overeenkomst namens haar ondertekend wordt, maakt iedere regering aan de regering van de Verenigde Staten van Amerika eenhonderdste van een percent van de prijs van elk aandeel in goud of in Amerikaanse dollar over teneinde tegemoet te komen in de administratieve uitgaven van de Bank. Deze betaling wordt als voorschot op de overeenkomstig artikel II, sectie 8, onderdeel a, te verrichten betaling in mindering gebracht. De regering van de Verenigde Staten van Amerika boekt deze bedragen op de speciale depositorekening en draagt ze over aan de Raad van Bestuur van de Bank, wanneer de eerste vergadering ingevolge sectie 3 van dit artikel bijeengeroepen is.
Indien deze Overeenkomst niet per 31 december 1945 in werking is getreden, boekt de regering van de Verenigde Staten van Amerika deze bedragen terug naar de regeringen die ze gestort hebben.
Deze Overeenkomst staat tot 31 december 1945 te Washington open voor ondertekening door de regeringen van de landen wier namen zijn vermeld in Schema A.
Na 31 december 1945 staat deze Overeenkomst open voor ondertekening door de regering van elk land waarvan het lidmaatschap in overeenstemming met artikel II, sectie 1, onderdeel b, goedgekeurd is.
Door ondertekening van deze Overeenkomst aanvaarden alle regeringen deze namens zichzelf en al hun kolonies, overzeese gebiedsdelen, gebieden onder hun protectoraat, suzereiniteit of autoriteit en alle gebieden ten aanzien waarvan zij mandaatsrechten uitoefenen.
In het geval van regeringen wier moederland door de vijand bezet is geweest, kan de deponering van de hierboven in a bedoelde akte tot honderdtachtig dagen na de datum van bevrijding van dat gebied worden uitgesteld. Indien de deponering van de akte door een dergelijke regering echter niet voor afloop van deze termijn plaatsvindt, wordt de door deze regering geplaatste handtekening nietig en wordt het deel van haar bijdrage, dat ingevolge d hierboven betaald is, teruggestort.
De bepalingen van de paragrafen d en h worden voor iedere ondertekenende regering bindend op de datum van ondertekening.
Zodra deze Overeenkomst ingevolge sectie 1 van dit artikel in werking treedt, benoemt ieder lid een bestuurder en roept het lid waaraan volgens Schema A het grootste aantal aandelen is toegewezen de eerste vergadering van de Raad van Bestuur bijeen.
Tijdens de eerste vergadering van de Raad van Bestuur wordt een regeling getroffen voor het kiezen van voorlopige bewindvoerders. De regeringen van de vijf landen waaraan volgens Schema A het grootste aantal aandelen toegewezen is, benoemen de voorlopige bewindvoerders. Indien een of meer van deze regeringen geen leden zijn geworden, blijven de plaatsen die zij in het College van Bewindvoerders zouden kunnen bezetten, open totdat zij leden worden of tot 1 januari 1946, welke van beide data het eerste valt. Zeven voorlopige bewindvoerders worden overeenkomstig de bepalingen van Schema B gekozen en blijven in functie tot de datum van de eerste regelmatige verkiezing van bewindvoerders, die zo spoedig mogelijk na 1 januari 1946 zal plaatsvinden.
De Raad van Bestuur kan aan de voorlopige bewindvoerders alle bevoegdheden overdragen, behalve de bevoegdheden die niet aan het College van Bewindvoerders overgedragen mogen worden.
De Bank deelt de leden mede wanneer zij gereed is om haar werkzaamheden aan te vangen.
De Engelse tekst van de Overeenkomst is oorspronkelijk gepubliceerd in Stb. 1945/318. De vertaling is gepubliceerd in Stb. 1946/278. De Overeenkomst is in werking getreden op 27 december 1945, zie Trb. 1956/154. De Overeenkomst is gewijzigd door Trb. 1966/212 en Trb. 1987/171.
Artikel XI
Slotbepalingen
Onderdeel van Overeenkomst betreffende de Internationale Bank voor Herstel en Ontwikkeling· Financieel en economisch recht
Deze tekst geldt sinds 16 februari 1989