Naar hoofdinhoud
1. Indien de Conferentie een nieuw verdrag aanneemt, hetwelk het onderhavige Verdrag geheel of gedeeltelijk wijzigt, zal, tenzij het nieuwe verdrag anders bepaalt: de bekrachtiging door een Lid van het nieuwe verdrag vanzelf meebrengen, de opzegging van dit Verdrag, onder voorbehoud evenwel, dat het nieuwe verdrag, houdende herziening, in werking is getreden; vanaf de datum, waarop het nieuwe verdrag, houdende herziening, in werking is getreden, het onderhavige Verdrag niet meer door de Leden bekrachtigd kunnen worden. 2. Het onderhavige Verdrag blijft in elk geval naar vorm en inhoud van kracht voor die Leden, die het bekrachtigd hebben en die het nieuwe verdrag, houdende herziening, niet bekrachtigd hebben.

Rechtspraak bij dit artikel