Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 36

Verhouding tot vroegere Verdragen

Onderdeel van Verdrag inzake de bescherming van culturele goederen in geval van een gewapend conflict· Cultureel recht

Deze tekst geldt sinds 14 januari 1959

1. In de betrekkingen tussen de Mogendheden, die gebonden zijn door de Verdragen van 's-Gravenhage nopens de wetten en gebruiken van de oorlog te land (IV) en nopens het bombardement door een scheepsmacht in tijd van oorlog (IX), hetzij die van 29 Juli 1899 of die van 18 October 1907, en die Partij zijn bij het onderhavige Verdrag, zal dit laatstgenoemde Verdrag het bovenvermelde Verdrag (IX) en het Reglement als bijlage gehecht aan het bovengenoemd Verdrag (IV), aanvullen en zal het teken bedoeld in artikel 5 van het bovenvermelde Verdrag (IX) worden vervangen door het kenteken, bedoeld in artikel 16 van dit Verdrag, voor de gevallen, waarin dit en zijn Reglement van Uitvoering het gebruiken van dit kenteken regelen. 2. In de betrekkingen tussen de Mogendheden, die gebonden zijn door het Pact van Washington van 15 April 1935 voor de bescherming van inrichtingen van kunst of wetenschap en van monumenten van geschiedenis (Pact Roerich) en die Partij zijn bij dit Verdrag, zal dit laatste het Pact Roerich aanvullen en zal de onderscheidingsvlag, bedoeld in artikel III van het Pact, worden vervangen door het kenteken, bedoeld in artikel 16 van dit Verdrag voor de gevallen, waarin dit en zijn Reglement van Uitvoering het gebruiken van dit kenteken regelen.

Rechtspraak bij dit artikel