**1.** Ieder der Hoge Verdragsluitende Partijen kan wijzigingen voorstellen in de tekst van dit Verdrag en zijn Reglement van Uitvoering.
De tekst van elke voorgestelde wijziging wordt medegedeeld aan de Directeur-Generaal van de Organisatie der Verenigde Naties voor Onderwijs, Wetenschap en Cultuur, die de tekst zal mededelen aan alle Hoge Verdragsluitende Partijen, aan wie hij tegelijkertijd zal vragen binnen vier maanden te doen weten:
of zij wensen, dat een conferentie wordt bijeengeroepen om de voorgestelde wijziging te bestuderen;
of zij van mening zijn, dat de voorgestelde wijziging moet worden aanvaard zonder dat een conferentie bijeen wordt geroepen;
of zij van mening zijn, dat de voorgestelde wijziging moet worden verworpen zonder dat een conferentie bijeen wordt geroepen.
**2.** De Directeur-Generaal zal de krachtens lid 1 van dit artikel ontvangen antwoorden aan alle Hoge Verdragsluitende Partijen doorgeven.
**3.** Indien alle Hoge Verdragsluitende Partijen, die haar oordeel binnen de voorgeschreven termijn, overeenkomstig lid 1 (b) van dit artikel, ter kennis hebben gebracht van de Directeur-Generaal van de Organisatie der Verenigde Naties voor Onderwijs, Wetenschap en Cultuur, de Directeur-Generaal mededelen dat zij van mening zijn, dat de wijziging moet worden aanvaard zonder dat een conferentie bijeen wordt geroepen, zal de Directeur-Generaal overeenkomstig artikel 38, mededeling doen van haar beslissing. De wijziging zal voor alle Hoge Verdragsluitende Partijen van kracht worden na een termijn van 90 dagen te rekenen van die kennisgeving.
**4.** De Directeur-Generaal roept een conferentie van de Hoge Verdragsluitende Partijen bijeen ter bestudering van de voorgestelde wijziging, indien hem dit wordt verzocht door meer dan een derde van de Hoge Verdragsluitende Partijen.
**5.** De wijzigingen van dit Verdrag of van het Reglement van Uitvoering, waarvoor de in het vorige lid bedoelde procedure wordt gevolgd, worden pas van kracht nadat zij met eenparigheid van stemmen zijn aanvaard door de Hoge Verdragsluitende Partijen, welke ter conferentie zijn vertegenwoordigd en indien zij zijn aanvaard door ieder van de Hoge Verdragsluitende Partijen.
**6.** De aanvaarding door de Hoge Verdragsluitende Partijen van de wijzigingen van het Verdrag of van het Reglement van Uitvoering, welke zijn aangenomen door de conferentie, bedoeld in de leden 4 en 5, geschiedt door de nederlegging van een officiële akte bij de Directeur-Generaal van de Organisatie der Verenigde Naties voor Onderwijs, Wetenschap en Cultuur.
**7.** Na het van kracht worden van wijzigingen van dit Verdrag of van het Reglement van Uitvoering kan alleen bekrachtiging van, of toetreding tot, de aldus gewijzigde tekst van het Verdrag of van het Reglement van Uitvoering plaats vinden.
Hoofdstuk
Artikel 39
Herziening van het Verdrag en van zijn Reglement van Uitvoering
Onderdeel van Verdrag inzake de bescherming van culturele goederen in geval van een gewapend conflict· Cultureel recht
Deze tekst geldt sinds 14 januari 1959