Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK II

Artikel 8

Verlenen van bijzondere bescherming

Onderdeel van Verdrag inzake de bescherming van culturele goederen in geval van een gewapend conflict· Cultureel recht

Deze tekst geldt sinds 14 januari 1959

1. Onder bijzondere bescherming kunnen worden gesteld een beperkt aantal schuilplaatsen, bestemd om bescherming te bieden aan roerende culturele goederen in geval van een gewapend conflict, monumenten-centra en andere onroerende culturele goederen van zeer grote betekenis, op voorwaarde dat zij: zich bevinden op voldoende afstand van een groot industrieel centrum of van enig belangrijk militair object, dat een kwetsbaar punt vormt, zoals bijvoorbeeld een vliegveld, een radiozendstation, een inrichting werkzaam voor de nationale verdediging, een haven of een spoorwegstation van zeker belang of een belangrijke verkeers- of waterweg of spoorlijn; niet worden gebruikt voor militaire doeleinden. 2. Een schuilplaats voor roerende culturele goederen kan eveneens onder bijzondere bescherming worden geplaatst, ongeacht de ligging, als zij zodanig is gebouwd, dat zij naar alle waarschijnlijkheid niet door bommen kan worden beschadigd. 3. Een monumenten-centrum wordt geacht voor militaire doeleinden te worden gebruikt als van dit centrum gebruik wordt gemaakt voor de verplaatsing van militair personeel of materieel, zelfs ingeval van doorvoer. Dit is eveneens het geval wanneer in dat centrum werkzaamheden worden verricht, welke rechtstreeks verband houden met militaire operaties, de legering van militair personeel of de vervaardiging van oorlogsmaterieel. 4. Het bewaken van in lid 1 van dit artikel bedoelde culturele goederen door gewapende bewakers, die daartoe speciaal zijn gemachtigd, of de aanwezigheid in de nabijheid van dergelijke culturele goederen van politietroepen, welke normaal belast zijn met het handhaven van de openbare orde, wordt niet beschouwd als gebruik voor militaire doeleinden. 5. Indien een van de in lid 1 van dit artikel bedoelde culturele goederen is gelegen in de nabijheid van een belangrijk militair object als omschreven in dat lid, kan het niettemin onder bijzondere bescherming worden geplaatst, indien de Hoge Verdragsluitende Partij, welke het verzoek doet, zich verbindt in geval van een gewapend conflict geen gebruik van het betrokken militair object te maken en in het bijzonder, als het een haven, een station of een vliegveld betreft, het verkeer zodanig te verleggen dat van die haven en van dat station of vliegveld geen gebruik wordt gemaakt. In dat geval moet deze verlegging reeds in vredestijd worden voorbereid. 6. De bijzondere bescherming wordt aan culturele goederen verleend door hun inschrijving in het „Internationale register van culturele goederen onder bijzondere bescherming”. Deze inschrijving kan slechts geschieden overeenkomstig de bepalingen van dit Verdrag en onder de voorwaarden neergelegd in het Reglement van Uitvoering.

Rechtspraak bij dit artikel