De ondervraging van de getuigen wordt geleid door de voorzitter.
De leden van de commissie kunnen niettemin elke getuige de vragen stellen die zij gepast achten om zijn verklaring te verduidelijken of aan te vullen of om zich op de hoogte te stellen van al hetgeen deze getuige betreft voor zover dit noodzakelijk is voor de waarheidsvinding.
De agenten en raadslieden van de partijen mogen de getuige tijdens zijn verklaring niet onderbreken, noch hem rechtstreeks ondervragen, maar zij kunnen de voorzitter verzoeken de aanvullende vragen te stellen die zij nuttig achten.
De Franse tekst van het Verdrag en de vertaling zijn oorspronkelijk gepubliceerd in Stb. 1910/73.
TITEL III
Artikel 26
Artikel 26
Onderdeel van Verdrag voor de vreedzame beslechting van internationale geschillen· Arbitrage
Deze tekst geldt sinds 26 januari 1910