De verdragsluitende mogendheden beschouwen het als een plicht, indien een ernstig geschil tussen twee of meer van hen dreigt uit te breken, deze mogendheden eraan te herinneren dat het Permanente Hof voor hen openstaat.
Zij verklaren bijgevolg dat het herinneren van de partijen in geschil aan de bepalingen van dit Verdrag en het in het hogere belang van de vrede verstrekken van het advies zich tot het Permanente Hof te wenden, uitsluitend beschouwd kunnen worden als handelingen die vallen onder het begrip van goede diensten.
In geval van een geschil tussen twee mogendheden kan een van hen te allen tijde een nota aan het Bureau richten met een verklaring dat zij bereid zou zijn het geschil aan arbitrage te onderwerpen.
Het Bureau dient deze verklaring onverwijld ter kennis van de andere mogendheid te brengen.
De Franse tekst van het Verdrag en de vertaling zijn oorspronkelijk gepubliceerd in Stb. 1910/73.
TITEL IV › HOOFDSTUK II
Artikel 48
Artikel 48
Onderdeel van Verdrag voor de vreedzame beslechting van internationale geschillen· Arbitrage
Deze tekst geldt sinds 26 januari 1910