Naar hoofdinhoud

TITEL IV › HOOFDSTUK III

Artikel 53

Artikel 53

Onderdeel van Verdrag voor de vreedzame beslechting van internationale geschillen· Arbitrage

Deze tekst geldt sinds 26 januari 1910

Het Permanente Hof is bevoegd het compromis vast te stellen indien de partijen ermee instemmen dit aan het Hof over te laten. Het Hof is daartoe in de volgende gevallen eveneens bevoegd, zelfs indien het daartoe strekkende verzoek slechts door één partij is gedaan nadat vergeefs is getracht langs diplomatieke weg tot overeenstemming te komen: een geschil dat valt onder een algemeen arbitrageverdrag dat is gesloten of verlengd nadat dit Verdrag in werking is getreden en dat voor elk geschil een compromis voorziet en voor het opstellen van dat compromis noch uitdrukkelijk, noch stilzwijgend de bevoegdheid van het Hof uitsluit. Van het Hof kan evenwel geen gebruik worden gemaakt, indien de andere partij verklaart dat het geschil naar haar mening niet behoort tot het soort geschillen dat aan verplichte arbitrage onderworpen dient te worden, tenzij het arbitrageverdrag aan het scheidsgerecht de bevoegdheid toekent over deze voorvraag te beslissen; een geschil dat voortvloeit uit schulden uit overeenkomst die, als zijnde verschuldigd aan haar onderdanen, door een mogendheid van een andere mogendheid worden gevorderd en voor de oplossing waarvan het aanbod van arbitrage is aanvaard. Deze bepaling is niet van toepassing indien de aanvaarding onderworpen is aan de voorwaarde dat het compromis op andere wijze dient te worden vastgesteld. De Franse tekst van het Verdrag en de vertaling zijn oorspronkelijk gepubliceerd in Stb. 1910/73.

Rechtspraak bij dit artikel