Naar hoofdinhoud
1. De verwijdering van organen of weefsel bij een levende persoon voor transplantatiedoeleinden mag alleen geschieden in het therapeutische belang van de ontvanger en wanneer er geen geschikt orgaan of weefsel beschikbaar is van een overleden persoon en er geen andere therapeutische methode is die qua doeltreffendheid vergelijkbaar is. 2. De vereiste instemming bedoeld in artikel 5 moet uitdrukkelijk en specifiek zijn gegeven, hetzij schriftelijk, hetzij ten overstaan van een officiële instantie.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel