Naar hoofdinhoud
1. In deze Overeenkomst, tenzij het zinsverband anders vereist: betekent de uitdrukking „Staat” Nederland of Zuid-Afrika, al naar het zinsverband vereist; betekent de uitdrukking „Staten” Nederland en Zuid-Afrika; omvat de uitdrukking „Nederland” het deel van het Koninkrijk der Nederlanden dat in Europa is gelegen, en het onder de Noordzee gelegen deel van de zeebodem en de ondergrond daarvan waarop het Koninkrijk der Nederlanden in overeenstemming met het internationale recht soevereine rechten heeft; betekent de uitdrukking „Zuid-Afrika” de Republiek van Zuid-Afrika, daaronder begrepen de territoriale wateren en de visserijzone als omschreven in de wetgeving van de Republiek van Zuid-Afrika, alsmede dat gedeelte van het continentaal plat waarover de Republiek van Zuid-Afrika soevereine rechten uitoefent voor de exploitatie van natuurlijke rijkdommen; omvat de uitdrukking „persoon” een natuurlijke persoon, een lichaam en elke andere vereniging van personen; betekent de uitdrukking „lichaam” elke rechtspersoon of elke eenheid die voor de belastingheffing als een rechtspersoon wordt behandeld; betekenen de uitdrukkingen „onderneming van een van de Staten” en „onderneming van de andere Staat” onderscheidenlijk een onderneming gedreven door een inwoner van een van de Staten en een onderneming gedreven door een inwoner van de andere Staat; betekent de uitdrukking „bevoegde autoriteit”: in Nederland de Minister van Financiën of zijn bevoegde vertegenwoordiger; in Zuid-Afrika de Secretary for Inland Revenue of zijn bevoegde vertegenwoordiger. 2. Voor de toepassing van de Overeenkomst door elk van de Staten heeft, tenzij het zinsverband anders vereist, elke niet anders omschreven uitdrukking de betekenis welke die uitdrukking heeft volgens de wetgeving van die Staat met betrekking tot de belastingen die het onderwerp van deze Overeenkomst uitmaken.

Rechtspraak bij dit artikel