Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk VI

Artikel 21

Verantwoordelijkheid van de directeur

Onderdeel van Overeenkomst inzake de Internationale Opsporingsdienst· Internationaal publiekrecht

Deze tekst geldt sinds 1 april 2016

a. De directeur van de Internationale Opsporingsdienst handelt overeenkomstig de richtlijnen van de Internationale Commissie aan welke hij verantwoording aflegt. De directeur stelt de Internationale Commissie onverwijld in kennis indien er een situatie ontstaat waarin niet is voorzien in deze Overeenkomst, noch in de Partnerschapsovereenkomst en waarop geen van de in overeenstemming met deze Overeenkomst door de Internationale Commissie genomen van kracht zijnde besluiten of aangenomen richtlijnen van toepassing is. De directeur is verantwoordelijk voor de tenuitvoerlegging van door de Internationale Commissie genomen beleidsbeslissingen en voor het leiden en besturen van de Internationale Opsporingsdienst. b. Onder leiding van de Internationale Commissie werkt de directeur voorgestelde prioriteiten voor de Internationale Opsporingsdienst uit en geeft een overzicht van de financiële gevolgen daarvan ter bestudering door de Internationale Commissie. De directeur stelt een voorlopig jaarwerkplan en een voorlopige begroting op die tijdig ter goedkeuring naar de Internationale Commissie worden gezonden. c. De directeur van de Internationale Opsporingsdienst dient halfjaarlijks een verslag in over de werkzaamheden van de Internationale Opsporingsdienst, tenzij deze verslagen regelmatiger dienen te worden verstrekt. d. De directeur van de Internationale Opsporingsdienst dient een financiële verantwoording over het voorgaande boekjaar in bij de Internationale Commissie.

Rechtspraak bij dit artikel