**(1).** Auteurs van werken van letterkunde en kunst genieten het uitsluitend recht machtiging te verlenen tot: 1° de radio-uitzending van hun werken of de openbare mededeling van deze werken door ieder ander middel, dienende tot het draadloos verspreiden van tekens, geluiden of beelden; 2° elke openbare mededeling, hetzij met of zonder draad, van het door de radio uitgezonden werk, wanneer deze mededeling door een ander lichaam dan het oorspronkelijke geschiedt; 3° de openbare mededeling van het door de radio uitgezonden werk door een luidspreker of door ieder ander dergelijk instrument, dat tekens, geluiden of beelden overbrengt.
**(2).** Het staat aan de wetgeving der Landen van het Verbond de voorwaarden vast te stellen tot uitoefening van de in het eerste lid bedoelde rechten, maar die voorwaarden hebben slechts een werking die uitsluitend beperkt blijft tot het Land, dat ze heeft vastgesteld. Zij kunnen in geen geval afbreuk doen aan het zedelijk recht van de auteur, noch aan het de auteur toekomend recht op een billijke vergoeding, bij gebreke van minnelijke schikking vast te stellen door het bevoegde gezag.
**(3).** Tenzij anders is overeengekomen, is in een machtiging, overeenkomstig het eerste lid van dit artikel verleend, niet besloten de machtiging om het door de radio uitgezonden werk op te nemen door middel van instrumenten die geluiden of beelden vastleggen. Nochtans wordt aan de wetgeving van de Landen van het Verbond voorbehouden een regeling vast te stellen voor ephemere opnamen, door een radiozendorganisatie met haar eigen middelen en voor haar eigen uitzendingen tot stand gebracht. Deze wetgeving kan toestaan dat deze opnamen uit hoofde van haar uitzonderlijk documentair karakter in officiële archieven worden bewaard.
Artikel 11bis
Artikel 11bis
Onderdeel van Berner Conventie voor de bescherming van werken van letterkunde en kunst, ondertekend de 9de September 1886, aangevuld te Parijs de 4de Mei 1896, herzien te Berlijn de 13de November 1908, aangevuld te Bern de 20ste Maart 1914, herzien te Rome de 2de Juni 1928, en herzien te Brussel de 26ste Juni 1948· Intellectuele eigendom
Deze tekst geldt sinds 7 januari 1973