Naar hoofdinhoud
(1). Auteurs van werken van letterkunde, wetenschap of kunst hebben het uitsluitend recht machtiging te verlenen tot: 1° de cinematografische bewerking en weergave van deze werken en het in omloop brengen van de aldus bewerkte of weergegeven werken; 2° de openbare opvoering en uitvoering van de aldus bewerkte of weergegeven werken. (2). Onverminderd de rechten van de auteur van het werk dat is bewerkt of weergegeven, wordt het cinematografisch werk beschermd als een oorspronkelijk werk. (3). De bewerking in iedere andere kunstvorm van films, afgeleid van werken van letterkunde, wetenschap of kunst, blijft, onverminderd de machtiging van de auteurs van die films, onderworpen aan de machtiging van de auteur van het oorspronkelijke werk. (4). De cinematografische bewerkingen van werken van letterkunde, wetenschap of kunst zijn niet onderworpen aan de voorbehouden en voorwaarden, bedoeld in artikel 13, lid 2. (5). De voorgaande bepalingen zijn tevens van toepassing op het weergeven of vervaardigen door middel van iedere andere soortgelijke werkwijze als de cinematografie.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel