Naar hoofdinhoud
(1). Deze Conventie zal bekrachtigd worden en de akten van bekrachtiging zullen uiterlijk op 1 Juli 1951 te Brussel worden nedergelegd. Deze bekrachtigingen, met de data ervan en met alle verklaringen, waarvan ze vergezeld mochten zijn, zullen door de Belgische Regering aan de Regering van de Zwitserse Bondsstaat medegedeeld worden, die er aan de andere Landen van het Verbond kennis van zal geven. (2). Deze Conventie zal tussen de Landen van het Verbond, die haar bekrachtigd hebben, in werking treden één maand na 1 Juli 1951. Wanneer zij echter vóór die datum bekrachtigd mocht zijn door ten minste zes Landen van het Verbond, zal de Conventie tussen die Landen van het Verbond van kracht worden één maand nadat hun van het nederleggen van de zesde akte van bekrachtiging zal zijn kennis gegeven door de Regering van de Zwitserse Bondsstaat, en voor de Landen van het Verbond die daarna bekrachtigen, één maand na de mededeling van elk dier bekrachtigingen. (3). De Landen die niet tot het Verbond behoren, zullen tot 1 Juli 1951 tot het Verbond kunnen toetreden, hetzij door toe te treden tot de Conventie die op 2 Juni 1928 te Rome is ondertekend, hetzij door toe te treden tot deze Conventie. Van 1 Juli 1951 af zullen zij slechts tot deze Conventie kunnen toetreden. De Landen van het Verbond, die deze Conventie op 1 Juli 1951 niet hebben bekrachtigd, zullen er toe kunnen toetreden op de wijze voorzien in artikel 25. In dit geval zullen zij het voordeel, bedoeld in artikel 27, lid 2, kunnen genieten.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel