Naar hoofdinhoud
(1). De auteurs, tot een der Landen van het Verbond behorende, genieten in de Landen, die niet het Land van herkomst van het werk zijn, voor hun werken, hetzij niet openbaar gemaakt, hetzij voor het eerst openbaar gemaakt in een der Landen van het Verbond, de rechten, welke de onderscheidene wetten thans aan eigen onderdanen verlenen of in vervolge zullen verlenen, alsmede de rechten door deze Conventie bijzonderlijk verleend. (2). Het genot en de uitoefening van die rechten zijn aan geen enkele formaliteit onderworpen; dat genot en die uitoefening zijn onafhankelijk van het bestaan der bescherming in het Land van herkomst van het werk. Bijgevolg worden, buiten de bepalingen van deze Conventie, de omvang van de bescherming, zowel als de rechtsmiddelen, de auteur gewaarborgd ter handhaving van zijn rechten, uitsluitend bepaald door de wetgeving van het Land, waar de bescherming wordt ingeroepen. (3). Als Land van herkomst van het werk wordt beschouwd: voor openbaar gemaakte werken, dat waar het voor het eerst openbaar is gemaakt, zelfs indien het werken betreft gelijktijdig in verscheidene Landen van het Verbond openbaar gemaakt, die dezelfde beschermingsduur kennen; indien het betreft werken gelijktijdig openbaar gemaakt in verscheidene Landen van het Verbond, die een bescherming van verschillende duur kennen, dat Land waarvan de wetgeving de minst langdurige bescherming toekent; voor werken, die gelijktijdig openbaar zijn gemaakt in een Land, dat buiten het Verbond staat, en in een Land, dat tot het Verbond behoort, geldt uitsluitend het laatste Land als Land van herkomst. Als gelijktijdig in verscheidene Landen openbaar gemaakt wordt beschouwd elk werk, dat binnen dertig dagen na zijn eerste openbaarmaking in twee of meer Landen verschenen is. (4). Onder „openbaar gemaakte werken” moeten in de zin van de artikelen 4, 5 en 6 worden verstaan de werken die zijn uitgegeven, welke ook de wijze van vervaardiging moge zijn van de exemplaren, welke in voldoende hoeveelheid ter beschikking van het publiek moeten zijn gesteld. De opvoering van een toneelwerk of dramatisch-muzikaal werk, de vertoning van een cinematografisch werk, de uitvoering van een muziekwerk, de openbare voordracht van een werk van letterkunde, de overbrenging of radio-uitzending van werken van letterkunde of kunst, de tentoonstelling van een kunstwerk en het bouwen van een bouwwerk vormen géén openbaarmaking. (5). Voor niet openbaar gemaakte werken wordt als Land van herkomst beschouwd dat, waartoe de auteur behoort. Niettemin wordt voor bouwwerken en werken van grafische en plastische kunst, die een geheel vormen met een gebouw, als Land van herkomst beschouwd het Land van het Verbond, waar deze werken zijn gebouwd of in een bouwwerk zijn opgenomen.

Rechtspraak bij dit artikel