Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK IV

Artikel 20

Artikel 20

Onderdeel van Verdrag tot unificatie van accijnzen en van het waarborgrecht tussen het Koninkrijk der Nederlanden, het Koninkrijk België en het Groot-Hertogdom Luxemburg· Belastingrecht

Deze tekst geldt sinds 19 november 1951

Par. 1. In Nederland, in België en in Luxemburg worden terzake van de waarborg van rijkswege van platina, gouden en zilveren werken de navolgende bedragen geheven: a. voor platina werken: fl. 22,— of fr. 300,— per 100 gram; b. voor gouden werken: fl. 15,— of fr. 200,— per 100 gram; c. voor zilveren werken: fl. 0,70 of fr. 10,— per 100 gram. Par. 2. Op voorstel van de Administratieve Raad voor de Douaneregelingen, kunnen de Regeringen de in paragraaf 1 vermelde bedragen wijzigen ten einde ze aan te passen aan de uitgaven, welke door de waarborg veroorzaakt zijn. Par. 3. De gehalten der platina, gouden en zilveren werken, welke in Nederland, in België en in Luxemburg door rijkskeurmerken kunnen worden gewaarborgd, zijn: voor platina, waarmede in platina alliages, iridium wordt gelijkgesteld: 950 duizendsten; voor goud: 833, 750 en 585 duizendsten; voor zilver: 925 en 835 duizendsten. In ieder land kan de bevoegde Minister voorwerpen aanwijzen, welke op een gehalte aan zilver van 800 duizendsten kunnen worden gewaarborgd. Par. 4. Bij uitvoer van platina, gouden en zilveren werken uit Nederland, uit België of uit Luxemburg, wordt geen teruggaaf verleend van de ter zake van de waarborg geheven bedragen. Par. 5. Platina, gouden en zilveren werken, welke in Nederland, in België of in Luxemburg van rijkswege zijn gewaarborgd, behoeven bij invoer in het gebied van een der andere Verdragsluitende Partijen niet te worden voorzien van keurmerken geldende in het land van invoer. Par. 6. De Regeringen treffen in onderling overleg de nodige maatregelen ter uitvoering van de bepalingen van dit artikel.

Rechtspraak bij dit artikel