Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK II › Paragraaf

Artikel 7

Artikel 7

Onderdeel van Verdrag tot unificatie van accijnzen en van het waarborgrecht tussen het Koninkrijk der Nederlanden, het Koninkrijk België en het Groot-Hertogdom Luxemburg· Belastingrecht

Deze tekst geldt sinds 19 november 1951

Par. 1. In Nederland en in de Belgisch-Luxemburgse Economische Unie wordt op het aldaar vervaardigde bier de volgende accijns geheven per hectolitergraad wort: a. voor de eerste 50.000 hectolitergraden ............ fl. 1,88 of fr. 24,80; b. van 50.001 tot en met 1,250.000 hectolitergraden ........... fl. 2,26 of fr. 29,70; c. voor de hectolitergraden boven 1.250.000 .......... fl. 2,51 of fr. 33,—. Par. 2. Het aantal hectolitergraden wordt uitgedrukt in gehele getallen. Het is het product van de hoeveelheid wort bij 17½° Celsius en het verschil tussen de dichtheid van het wort en de dichtheid van zuiver water, beide bij die temperatuur. De hoeveelheid wordt uitgedrukt in hectoliters, met verwaarlozing van onderdelen van hectoliters; het verschil in dichtheid wordt uitgedrukt in graden en tienden van graden, met verwaarlozing van onderdelen kleiner dan een tiende graad. Iedere graad vertegenwoordigt een honderste gedeelte van de dichtheid van zuiver water bij 17½° Celsius. Par. 3. Voor de toepassing van het in de eerste paragraaf vermelde tarief wordt in aanmerking genomen het aantal hectolitergraden wort van de brouwsels, vervaardigd in dezelfde brouwerij, waarvoor de accijns in een kalenderjaar verschuldigd is geworden. Indien eenzelfde accijnsplichtige de brouwerij slechts gedurende een gedeelte van een kalenderjaar in werking heeft gehad, wordt het in de eerste paragraaf vermeld aantal hectolitergraden voor dat jaar naar evenredigheid verminderd.

Rechtspraak bij dit artikel