**A.** De ondertekenende Regeringen komen onderling overeen, dat haar onderscheidene aandelen in de herstelbetalingen, zoals die door deze overeenkomst zijn vastgesteld, door ieder van haar beschouwd moeten worden als dekkende alle vorderingen van publiek en privaat karakter van haar en haar onderdanen op de Duitsche Regering en de Duitse Regeringsinstanties, voortgesproten uit de oorlog, voor zover niet uitdrukkelijk anders geregeld, met inbegrip van de kosten der Duitse bezetting, de tijdens de bezetting verkregen bedragen op rekening van de clearing en de schuldvorderingen op de Reichskreditkassen.
**B.** De bepalingen van bovenstaande paragraaf A prejudiciëren niet ten aanzien van:
Het te zijner tijd bepalen van de vormen, de tijdsduur of het totale bedrag der herstelbetalingen, die Duitsland zal hebben te verrichten;
Het recht, dat ieder der ondertekenende Regeringen zal kunnen hebben, inzake de definitieve regeling der Duitse herstelbetalingen:
Iedere politieke, territoriale of andere eis, die een ondertekenende Regering zal kunnen stellen met betrekking tot de regeling van de vrede met Duitsland.
**C.** Niettegenstaande de bepalingen van bovenstaande paragraaf A, moet deze overeenkomst beschouwd worden geen betrekking te hebben op:
De verplichting, die op de bevoegde autoriteiten in Duitsland rust om in de toekomst de betaling te verzekeren der schulden van Duitsland en zijn onderdanen, welke voortvloeien uit overeenkomsten en andere verplichtingen, die van kracht waren, evenals uit rechten, die reeds verkregen waren, voordat de staat van oorlog tussen Duitsland en de betrokken ondertekenende Regering bestond of vóór de bezetting van het betrokken land door Duitsland, naar gelang de eerste of de laatste gebeurtenis vroeger heeft plaatsgegrepen;
De schuldvorderingen van instellingen voor sociale verzekering van de ondertekenende Regeringen of die van haar onderdanen op de instellingen voor sociale verzekering van de vroegere Duitse Regering;
De bankbiljetten van Reichsbank en Rentenbank, met dien verstande, dat de besteding daarvan niet tot gevolg mag hebben, dat het bedrag der herstelbetalingen op ontoelaatbare wijze wordt verminderd, terwijl deze slechts mag plaats vinden met goedkeuring van de Bestuursraad in Duitsland.
**D.** Niettegenstaande de bepalingen van paragraaf A van dit artikel, komen de ondertekenende Regeringen overeen, voor zoveel haar aangaat, dat de Tsjecho-Slowaakse Regering bevoegd zal zijn om te trekken op de Girorekening van de Nationale Bank van Tsjecho-Slowakije bij de Reichsbank, voor het geval tot een zodanige maatregel zou worden besloten door de Tsjecho-Slowaakse Regering en deze wordt goedgekeurd door de Bestuursraad in Duitsland in verband met de wegvoering uit Tsjecho-Slowakije naar Duitsland van vroegere Tsjecho-Slowaakse onderdanen.
DEEL I
Artikel 2
Regeling der schuldvorderingen op Duitsland
Onderdeel van Overeenkomst betreffende de van Duitsland te ontvangen herstelbetalingen, de instelling van een Intergeallieerde Organisatie voor Herstelbetalingen en de teruggave van monetair goud· Openbare orde en veiligheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 24 januari 1946