Naar hoofdinhoud

DEEL I

Artikel 6

Buiten Duitsland gelegen Duitse bezittingen

Onderdeel van Overeenkomst betreffende de van Duitsland te ontvangen herstelbetalingen, de instelling van een Intergeallieerde Organisatie voor Herstelbetalingen en de teruggave van monetair goud· Openbare orde en veiligheidsrecht

Deze tekst geldt sinds 24 januari 1946

A. Iedere ondertekenende Regering zal, volgens zelf te bepalen methode, de vijandelijke Duitse bezittingen, die zich op het onder haar jurisdictie staand grondgebied bevinden, onder zich houden, of er over beschikken op een zodanige wijze, dat zij niet opnieuw Duits eigendom kunnen worden of weer onder Duitse zeggenschap kunnen komen, en zal deze bezittingen met haar aandeel in de herstelbetalingen verrekenen (na aftrek van achterstallige belastingen, bevoorrechte schulden en kosten van beheer en vrij van alle andere zakelijke lasten, die op bepaalde goederen drukken, en vrij van alle wettelijke contractuele vorderingen op vroegere Duitse eigenaars dier bezittingen). B. De ondertekenende Regeringen zullen aan de Intergeallieerde Organisatie voor Herstelbetalingen alle inlichtingen verschaffen, welke deze zal vragen omtrent de waarde van die bezittingen en omtrent de opbrengsten, welke periodiek worden verkregen door de liquidatie van deze bezittingen. C. De eigendom van of de zeggenschap over Duitse bezittingen, welke zich bevinden in landen, die tijdens de oorlog tegen Duitsland neutraal zijn gebleven, zal aan Duitsland worden ontnomen. Deze bezittingen zullen worden geliquideerd of er zal over worden beschikt overeenkomstig de beschikkingen, die de Verenigde Staten van Amerika, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk kunnen treffen, ter uitvoering van regelingen, waaromtrent deze mogendheden zullen onderhandelen met de neutrale landen; de netto opbrengst, voortvloeiende uit de liquidatie van of de beschikking over deze bezittingen, zal ter beschikking worden gesteld van de Intergeallieerde Organisatie voor Herstelbetalingen, om als herstelbetaling te worden verdeeld. D. Bij de toepassing van de bepalingen van bovenstaande paragraaf A zullen de bezittingen, die het eigendom waren van een land, dat lid is der Verenigde Naties, of van een onderdaan van dat land en niet van Duitsland, op het ogenblik der annexatie of der bezetting van dat land door Duitsland of der deelname van dat land aan de oorlog, niet worden verrekend met zijn rekening der herstelbetalingen, met dien verstande, dat deze bepaling niet prejudiciëert ten aanzien van eventuele problemen met betrekking tot bezittingen, die niet het eigendom waren van een onderdaan van het bedoelde land op het ogenblik van de annexatie of bezetting van dat land door Duitsland of van zijn deelname aan de oorlog. E. De vijandelijke Duitse bezittingen, die moeten worden verrekend met de aandelen in de herstelbetalingen, zullen alle bezittingen moeten omvatten, die in wezen vijandelijke Duitse bezittingen zijn, zelfs indien de schijnbare eigenaar van die goederen geen vijandelijke Duitser is. Elke ondertekenende Regering moet, indien zij daartoe niet reeds is overgegaan, alle wettelijke en andere maatregelen nemen, welke nodig zijn om alle leveringen ongedaan te maken, die plaats vonden na de bezetting van haar grondgebied of haar deelname aan de oorlog, met de bedoeling om de vijandelijke Duitse belangen op bedriegelijke wijze te camoufleren en deze te onttrekken aan de controlemaatregelen ten aanzien van de vijandelijke Duitse belangen. F. De Assemblée van de Intergeallieerde Organisatie voor Herstelbetalingen zal een commissie van deskundigen op het gebied van beheer van vijandelijk vermogen benoemen, teneinde de practische moeilijkheden op te lossen, die zich kunnen voordoen met betrekking tot het recht en de interpretatie daarvan. De commissie zal er met name op moeten toezien, dat alles vermeden wordt wat tot resultaat kan hebben het voortduren van fictieve of andere transacties, bestemd hetzij om vijandelijke belangen te bevoordelen, hetzij om onrechtmatig de hoeveelheid der bezittingen te verkleinen, die onder de herstelbetalingen zouden kunnen vallen.

Rechtspraak bij dit artikel