**1.** Italië zal aan Zuidslavië teruggeven alle voorwerpen van artistieke, historische, wetenschappelijke, opvoedkundige of godsdienstige aard (met inbegrip van alle akten, handschriften, documenten en bibliografisch materiaal), alsmede bestuursarchieven (dossiers, registers, plannen en documenten van welke aard ook), welke tussen 4 November 1918 en 2 Maart 1924 als gevolg van de Italiaanse bezetting werden weggevoerd uit de gebieden, welke door de op 12 November 1920 te Rappallo en 27 Januari 1924 te Rome getekende Verdragen aan Zuidslavië werden afgestaan. Italië zal eveneens alle voorwerpen teruggeven, vallende onder voornoemde categorieën, welke uit die gebieden werden verwijderd door de Italiaanse Wapenstilstandscommissie, die na de Eerste Wereldoorlog in Wenen zetelde.
**2.** Italië zal aan Zuidslavië teruggeven alle voorwerpen, welke onder de in lid 1 van dit artikel genoemde categorieën vallen, juridisch als publiek eigendom zijn te beschouwen en na 4 November 1918 zijn weggevoerd uit het gebied, dat krachtens dit Verdrag aan Zuidslavië is afgestaan, alsmede de voorwerpen, betrekking hebbende op voornoemd gebied, welke Italië van Oostenrijk of Hongarije verkreeg bij de Vredesverdragen, 10 September 1919 te St. Germain en 4 Juni 1920 te Trianon getekend en krachtens de Conventie tussen Oostenrijk en Italië, die op 4 Mei 1920 te Wenen getekend werd.
**3.** Mocht Italië in bijzondere gevallen niet in staat zijn de in lid 1 en 2 van dit artikel omschreven voorwerpen aan Zuidslavië terug te geven, dan zal het aan Zuidslavië voorwerpen van dezelfde aard en van ongeveer dezelfde waarde leveren, voor zover zulke voorwerpen in Italië verkrijgbaar zijn.
DEEL I › PARAGRAAF IV
Artikel 12
Artikel 12
Onderdeel van Vredesverdrag tussen de Geallieerde en Geassocieerde Mogendheden en Italië· Openbare orde en veiligheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 17 februari 1949