Naar hoofdinhoud

DEEL IV › PARAGRAAF III

Artikel 58

Artikel 58

Onderdeel van Vredesverdrag tussen de Geallieerde en Geassocieerde Mogendheden en Italië· Openbare orde en veiligheidsrecht

Deze tekst geldt sinds 17 februari 1949

1. Met onderzeeërs en onklare oorlogsschepen zal Italië als volgt handelen: de tijdslimiet, binnen welke de hierna te noemen handelingen moeten geschieden, wordt geacht te zijn ingegaan bij het van kracht worden van dit Verdrag. De niet in bijlage XII opgesomde, vlot zijnde bovenwater oorlogsbodems, met inbegrip van in aanbouw zijnde te water gelaten oorlogsschepen, moeten binnen negen maanden vernietigd of gesloopt worden. De in aanbouw zijnde oorlogsschepen, welke op de helling liggen, moeten binnen negen maanden vernietigd of gesloopt worden. De niet in bijlage XII B opgesomde vlot zijnde onderzeeërs moeten binnen drie maanden op een diepte van meer dan 600 voet in volle zee tot zinken worden gebracht. Oorlogsschepen, welke in Italiaanse havens of toegangswegen tot die havens tot zinken zijn gebracht en de normale scheepvaart belemmeren, moeten binnen twee jaar ter plaatse worden vernietigd of wel geborgen en vervolgens vernietigd of gesloopt worden. Oorlogsschepen, welke in ondiepe Italiaanse wateren tot zinken zijn gebracht, doch de normale scheepvaart niet belemmeren, moeten binnen een jaar in zodanige toestand worden gebracht, dat zij niet meer geborgen kunnen worden. De niet in bijlage XII voorkomende oorlogsschepen, welke omgebouwd kunnen worden en niet als oorlogsmaterieel zijn aan te merken, mogen voor burgerlijke doeleinden worden omgebouwd of moeten binnen twee jaar worden vernietigd. 2. Italië verbindt zich, alvorens over te gaan tot het doen zinken of vernietigen van de in het vorig lid genoemde oorlogsschepen en onderzeeërs, het materieel en de onderdelen te bergen, welke kunnen dienen tot aanvulling van de materieel- en onderdelenvoorraden aan boord en de reservevoorraden, welke ingevolge lid 1 van Artikel 57 voor alle in bijlage XII B omschreven schepen geleverd moeten worden. 3. Het materieel en de onderdelen, welke niet als oorlogsmaterieel zijn aan te merken en gemakkelijk geschikt zijn te maken ten gebruike van het Italiaanse bedrijfsleven, mogen door Italië geborgen worden onder toezicht van de Ambassadeurs van de Verenigde Staten van Amerika, Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk en de Sowjet-Unie te Rome.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel