Naar hoofdinhoud

DEEL IV › PARAGRAAF III

Artikel 60

Artikel 60

Onderdeel van Vredesverdrag tussen de Geallieerde en Geassocieerde Mogendheden en Italië· Openbare orde en veiligheidsrecht

Deze tekst geldt sinds 17 februari 1949

1. De totale sterkte van het Italiaans Marinepersoneel, met uitzondering van het Marine-luchtvaartpersoneel, mag het getal van 25.000 officieren en manschappen niet overschrijden. 2. Gedurende het tijdvak, dat voor het vegen van mijnen wordt vastgesteld door de Internationale Centrale Commissie voor de Mijnopruiming in de Europese Wateren, wordt Italië voor dit doel bovendien nog een aantal officieren en manschappen tot een gezamenlijk maximum van 2500 toegestaan. 3. Het vaste personeel van de Marine, dat het in lid 1 toegestane totaal te boven gaat, zal geleidelijk tot onderstaande sterkte verminderd worden, waarbij de ondervermelde termijnen worden geacht te zijn ingegaan bij het van kracht worden van dit Verdrag: Tot 30.000 man binnen zes maanden; Tot 25.000 man binnen negen maanden. Twee maanden nadat het vegen van mijnen door de Italiaanse Marine beëindigd zal zijn, moet het krachtens lid 2 toegestane meerdere personeel ontslagen of in bovengenoemde sterkten worden opgenomen. 4. Behalve het personeel, dat valt onder de krachtens lid 1 en 2 toegestane sterkte, of dat behoort tot de Marine-luchtvaartdienst en waarvan de sterkte krachtens artikel 65 wordt toegestaan, mag niemand in enigerlei vorm een marine-opleiding in de zin van bijlage XIII B ontvangen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel