Naar hoofdinhoud

DEEL VII › PARAGRAAF II

Artikel 79

Artikel 79

Onderdeel van Vredesverdrag tussen de Geallieerde en Geassocieerde Mogendheden en Italië· Openbare orde en veiligheidsrecht

Deze tekst geldt sinds 17 februari 1949

1. Ieder der Geallieerde en Geassocieerde Mogendheden heeft het recht over te gaan tot inbeslagneming, terughouding of liquidatie van alle aan Italië of Italiaanse onderdanen toebehorende bezittingen, rechten en belangen, welke zich bij het van kracht worden van dit Verdrag binnen haar gebied bevinden en andere maatregelen ten opzichte van die bezittingen te treffen. Zij heeft voorts het recht elk dier bezittingen of de opbrengst daarvan voor de door haar gewenste doeleinden aan te wenden tot het bedrag van haar vorderingen of die van haar onderdanen op Italië of Italiaanse onderdanen (met inbegrip, van schuldvorderingen), welke nog niet geheel voldaan zijn uit hoofde van andere artikelen van dit Verdrag. Alle Italiaanse bezittingen, of de opbrengst daarvan, waarvan de waarde die van voornoemde vorderingen te boven gaat, zullen worden teruggegeven. 2. De liquidatie van Italiaanse bezittingen en de maatregelen ter beschikking daarover worden uitgevoerd overeenkomstig de bij de betrokken Geallieerde of Geassocieerde Mogendheid geldende wet. De aan die wet ontleende rechten zijn de enige, welke de Italiaanse eigenaar ten opzichte van bedoelde bezittingen kan doen gelden. 3. De Italiaanse Regering verbindt zich de Italiaanse onderdanen, wier bezittingen krachtens de bepalingen van dit artikel in beslag zijn genomen en hun niet zijn teruggegeven, schadeloos te stellen. 4. Aan dit artikel kan geen verplichting voor de Geallieerde of Geassocieerde Mogendheden worden ontleend om rechten betreffende de industriële eigendom aan de Italiaanse Regering of aan Italiaanse onderdanen terug te geven of wel die rechten mede te rekenen bij de vaststelling van de bedragen, welke krachtens lid 1 van dit artikel kunnen worden teruggehouden. De Regering van elke Geallieerde of Geassocieerde Mogendheid heeft het recht aan de rechten en belangen, met betrekking tot de industriële eigendom op het gebied van die Geallieerde of Geassocieerde Mogendheid, welke voor het van kracht worden van dit Verdrag door de Italiaanse Regering of Italiaanse onderdanen zijn verkregen, zodanige voorwaarden en beperkingen te verbinden als de Regering van de betrokken Geallieerde of Geassocieerde Mogendheid in het belang van het land nodig zal achten. 5. Italiaanse onderzeese kabels, welke punten op Zuidslavisch gebied verbinden, worden, zelfs indien zij gedeeltelijk buiten de territoriale wateren van Zuidslavië liggen, als Italiaans bezit in Zuidslavië beschouwd. Italiaanse onderzeese kabels, welke een punt binnen het gebied van een der Geallieerde of Geassocieerde Mogendheden met een punt binnen Italiaans gebied verbinden, worden in de zin van dit artikel als Italiaans bezit beschouwd voor wat betreft de eindinstallaties en de gedeelten van de kabels, welke binnen de territoriale wateren van die Geallieerde of Geassocieerde Mogendheid liggen. 6. De in lid 1 van dit artikel voornoemde bezittingen, worden geacht Italiaans bezit te omvatten, dat onder toezicht heeft gestaan tengevolge van de staat van oorlog tussen Italië en de Geallieerde of Geassocieerde Mogendheid, onder wier rechtsbevoegdheid die bezittingen vallen. Daaronder zijn evenwel niet begrepen: De eigendommen van de Italiaanse Regering, gebruikt voor diplomatieke of consulaire doeleinden; De eigendommen van godsdienstige instellingen of particuliere weldadigheidsinstellingen, welke uitsluitend voor godsdienstige of weldadigheidsdoeleinden gebruikt worden; De bezittingen van natuurlijke personen, zijnde Italiaanse onderdanen, wien het veroorloofd is binnen het gebied te wonen van het land, waarin die bezittingen zich bevinden, of wel elders te wonen binnen het gebied van de Verenigde Naties, behalve de Italiaanse bezittingen, welke op enigerlei tijdstip tijdens de oorlog onderworpen waren aan maatregelen, welke niet algemeen van toepassing waren op de bezittingen van Italiaanse onderdanen, die binnen dat gebied woonden; Eigendomsrechten, welke zijn ontstaan sedert de hervatting van de commerciële en financiële betrekkingen tussen de Geallieerde en Geassocieerde Mogendheden en Italië, of wel na 3 September 1943 zijn voortgesproten uit transacties tussen de Regering van een der Geallieerde of Geassocieerde Mogendheden en Italië; Rechten op letterkundige en artistieke eigendom; Aan Italiaanse onderdanen toebehorende bezittingen in afgestane gebiedsdelen, waarop de bepalingen van bijlage XIV van toepassing zijn; Met uitzondering van het bezit bedoeld in artikel 74, deel A, lid 2 b en sectie D, lid 1, de bezittingen van natuurlijke personen, die wonen in de afgestane gebiedsdelen of in het Vrije Gebied van Triëst en die geen gebruik hebben gemaakt van de bij dit Verdrag geboden gelegenheid om de Italiaanse nationaliteit te kiezen, alsmede de bezittingen van verenigingen of maatschappijen, die hun zetel hebben in afgestane gebieden of in het Vrije Gebied van Triëst, mits die verenigingen of maatschappijen niet het eigendom zijn van of bestuurd worden door in Italië wonende personen. In de gevallen, bedoeld in artikel 74, deel A, lid 2 b en deel D, lid 1 wordt de kwestie van schadevergoeding geregeld door artikel 74 deel E.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel