De strafbare feiten, omschreven bij de artikelen 1 en 2, worden van den dag af waarop dit verdrag in werking treedt, gerekend van rechtswege te zijn opgenomen onder de strafbare feiten, die volgens de reeds tusschen de verdragsluitende partijen bestaande verdragen tot uitlevering aanleiding kunnen geven.
Voor het geval dat de vorenstaande bepaling niet zonder wijziging van de bestaande wetgeving gevolg kan hebben, verbinden de verdragsluitende partijen zich de ter zake noodige maatregelen te nemen of aan hare wetgevende lichamen voor te stellen.
Het oorspronkelijke Verdrag is tot stand gekomen op 4 mei 1910 (Stb. 1912/355) en is voor het Koninkrijk der Nederlanden in werking getreden op 8 februari 1913 (Trb. 1961/101).
Artikel 5
Artikel 5
Onderdeel van Internationaal Verdrag tot bestrijding van de zogenaamde handel in vrouwen en meisjes, zoals gewijzigd door het Protocol van 4 mei 1949· Internationaal publiekrecht
Deze tekst geldt sinds 14 augustus 1951