De verdragsluitende partijen verbinden zich, waar het geldt strafbare feiten, als bedoeld bij dit verdrag, en waarvan de bestanddeelen gepleegd zijn in verschillende landen, elkander mededeeling te doen van de strafbladen.
Deze stukken worden rechtstreeks door de autoriteiten, aangewezen overeenkomstig art. 1 van de te Parijs op 18 Mei 1904 gesloten Regeling, aan de gelijksoortige autoriteiten der andere verdragsluitende Staten verzonden.
Het oorspronkelijke Verdrag is tot stand gekomen op 4 mei 1910 (Stb. 1912/355) en is voor het Koninkrijk der Nederlanden in werking getreden op 8 februari 1913 (Trb. 1961/101).
Artikel 7
Artikel 7
Onderdeel van Internationaal Verdrag tot bestrijding van de zogenaamde handel in vrouwen en meisjes, zoals gewijzigd door het Protocol van 4 mei 1949· Internationaal publiekrecht
Deze tekst geldt sinds 14 augustus 1951