Naar hoofdinhoud

AFDELING I

Artikel 3

Artikel 3

Onderdeel van Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België betreffende de toepassing der wederzijdse wetgeving op het punt der sociale verzekering· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht

Deze tekst geldt sinds 15 juni 1960

1. Op de onderdanen van een der verdragsluitende landen zijn, voor zover in dit verdrag niet anders is bepaald, uitsluitend van toepassing de wetten en voorschriften van het land, waar zij hun arbeid verrichten. 2. Op de onderdanen van een der verdragsluitende landen, die hun arbeid verrichten in het ene land en hun woonplaats hebben in het andere land, zijn uitsluitend van toepassing de wetten en voorschriften van dit laatste land, indien zij werkzaam zijn in dienst van een werkgever, gevestigd in het land hunner woonplaats. 3. Ten aanzien van transportondernemingen, welke in een der verdragsluitende landen gevestigd zijn en haar bedrijf ook in het andere land uitoefenen, zijn op het zich bewegend (varend of rijdend) gedeelte der onderneming uitsluitend van toepassing de wetten en voorschriften van het land, waar de onderneming gevestigd is. Aan deze wetten en voorschriften blijft het personeel van het varend of rijdend gedeelte onderworpen, ook wanneer het in het andere land andere werkzaamheden voor de transportonderneming verricht. 4. Op de onderdanen die zelfstandigen zijn, is de wetgeving van toepassing van het land in hetwelk zij aan de inkomstenbelasting onderworpen zijn; indien die belasting in twee landen wordt geheven, is slechts van toepassing de wetgeving van het land van de woonplaats. De Nederlandse tekst van het Verdrag is oorspronkelijk gepubliceerd in Stb. 1949/J 435. Het Verdrag is in werking getreden op 1 oktober 1949, zie Trb. 1951/13. Het Verdrag is gewijzigd door Trb. 1958/1.

Rechtspraak bij dit artikel