Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Artikel 4

Onderdeel van Luchtvaartovereenkomst tussen Nederland en Finland· Vervoersrecht

Deze tekst geldt sinds 27 maart 1949

Teneinde bevoorrechtende praktijken te voorkomen en gelijkheid van behandeling te verzekeren, komen beide Overeenkomstsluitende Partijen overeen, dat: Elk van de Overeenkomstsluitende Partijen kan opleggen of doen opleggen billijke en redelijke kosten voor het gebruik van openbare luchthavens en andere faciliteiten. Elk van de Overeenkomstsluitende Partijen stemt er mede in dat deze kosten niet hoger zullen zijn dan die, welke zouden worden betaald voor het gebruik van zodanige luchthavens en faciliteiten door haar eigen luchtvaarttuigen, in gebruik op soortgelijke internationale densten. Op motorbrandstof, smeeroliën en reservedelen, welke in het gebied van een Overeenkomstsluitende Partij door de andere Overeenkomstsluitende Partij of haar onderdanen worden ingevoerd of aan boord genomen, en welke uitsluitend bestemd zijn voor het gebruik door luchtvaartuigen van de luchtvaartmaatschappijen van die Overeenkomstsluitende Partij, zal voor wat betreft het heffen van douanerechten, inspectiekosten of andere nationale rechten of kosten door de Overeenkomstsluitende Partij op wier gebied zij zijn ingevoerd, dezelfde behandeling worden toegepast als die welke van toepassing is op nationale luchtvaartmaatschappijen en op maatschappijen van de meest begunstigde natie. Motorbrandstof, smeeroliën, reservedelen, gewone uitrustingsstukken en proviand, welke aan boord blijven van burgerlijke luchtvaartuigen van de luchtvaartmaatschappijen van een der Overeenkomstsluitende Partijen, welke gemachtigd zijn de in de Bijlage omschreven luchtlijnen en -diensten te onderhouden, zullen bij aankomst op of vertrek uit het grondgebied van de anere Overeenkomstsluitende Partij, zijn vrijgesteld van douanerechten, inspectiekosten of soortgelijke rechten of kosten, zelfs wanneer zulke voorraden worden gebruikt of verbruikt door deze luchtvaartuigen bij vluchten binnen dat grondgebied. De aldus vrijgestelde goederen mogen slechts worden gelost met toestemming van de douaneautoriteiten van de andere Overeenkomstsluitende Partij. De geloste goederen, welke weer zullen moeten worden uitgevoerd, zullen tot aan de wederuitvoer onder toezicht van de douane blijven.

Rechtspraak bij dit artikel