Naar hoofdinhoud

Artikel 6

Artikel 6

Onderdeel van Luchtvaartovereenkomst tussen Nederland en Finland· Vervoersrecht

Deze tekst geldt sinds 27 maart 1949

(a). De wetten en voorschriften van een Overeenkomstsluitende Partij betreffende de toelating in of het vertrek uit haar grondgebied van luchtvaartuigen, gebruikt in de internationale luchtvaart, of betreffende de exploitatie van en het vliegen met zulke luchtvaartuigen gedurende het verblijf binnen haar grondgebied, zullen zonder onderscheid van nationaliteit van toepassing zijn op de luchtvaartuigen, welke gebruikt worden door de aangewezen luchtvaartmaatschappij of luchtvaartmaatschappijen van de andere Overeenkomstsluitende Partij en zullen door deze luchtvaartuigen moeten worden nagekomen bij het binnenkomen in of verlaten van of gedurende het verblijf binnen het grondgebied van de eerste partij. (b). De wetten en voorschriften van een Overeenkomstsluitende Partij betreffende de toelating in of het vertrek uit haar grondgebied van passagiers, bemanning of lading van luchtvaartuigen, zoals voorschriften betreffende binnenkomst, het in- en uitklaren, immigratie, paspoorten, douane en quarantaine, zullen door of vanwege de passagiers, bemanning of lading van luchtvaartuigen, gebezigd door de aangewezen luchtvaartmaatschappij of luchtvaartmaatschappijen van de andere Overeenkomstsluitende Partij bij het binnenkomen in, het vetrek uit of gedurende het verblijf binnen het grondgebied van de eerste partij in acht worden genomen.

Rechtspraak bij dit artikel