Stagiaires, die gebruik wensen te maken van het bij deze Overeenkomst bepaalde, dienen een desbetreffend verzoek te richten tot de instantie welke, in elk van beide Staten, belast is met de centralisatie van de aanvragen met betrekking tot het beroep van deze stagiaires. Bij hun verzoek moeten zij alle nodige aanwijzingen geven en in het bijzonder de inrichting opgeven, waarin zij te werk gesteld moeten worden. Zij moeten tevens de navolgende bescheiden overleggen:
de in het 2de lid van artikel 5 van deze Overeenkomst bedoelde verplichting van de werkgever;
een officieel bewijs van goed gedrag;
indien dit nodig is, een verklaring waarbij zij zich verbinden het land, waar zij hun leertijd wensen door te brengen, na afloop van deze tijd te verlaten. Stagiaires in de landbouwvakken zijn vrijgesteld van deze verklaring.
Bovengenoemde instantie zal de aanvraag, zo nodig, onderzoeken, zij zal haar ter kennis brengen van de overeenkomstige instantie in de andere Staat, met inachtneming van het jaarlijks contingent, waarop zij recht heeft en zij zal, indien de omstandigheden zulks medebrengen, de aanvraag doen toekomen aan de bevoegde instanties van de andere Staat.
De bevoegde instanties van beide Staten zullen alles in het werk stellen de aanvragen binnen de kortst mogelijke tijd te doen onderzoeken.
Artikel 6
Artikel 6
Onderdeel van Overeenkomst inzake de toelating van stagiaires in Frankrijk en in Nederland· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 2 juni 1948