Bij de behandeling van vijandelijke Duitse bezittingen zullen de Verdragsluitende Regeringen zich in haar betrekkingen tot elkaar zoveel mogelijk laten leiden door de bepalingen, neergelegd in het onderhavige Verdrag en in het daarbij behorende Aanhangsel (te zamen het „Verdrag” te noemen) en zij zullen voor de tenuitvoerlegging van het Verdrag zo handelen als noodzakelijk en passend zal zijn.
Artikel 1
Artikel 1
Onderdeel van Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland inzake onderling strijdige aanspraken op buiten Duitsland gelegen Duitse bezittingen· Arbitrage
Deze tekst geldt sinds 27 maart 1951