Elke overeenkomstsluitende partij behoudt zich het recht voor de uitoefening van de rechten, vermeld in de Bijlage van deze Overeenkomst, door een luchtvaartmaatschappij, aangewezen door de andere overeenkomstsluitende partij, niet te verlenen of in te trekken in elk geval waarin niet tot haar genoegen is gebleken, dat het overwegende eigendomsrecht en het daadwerkelijk toezicht, berusten bij onderdanen van een partij bij deze Overeenkomst, dan wel ingeval een luchtvaartmaatschappij in gebreke blijft de wetten van de staten, over wier grondgebied zij luchtdiensten onderhoudt, als omschreven in artikel 6 van deze Overeenkomst, na te komen of aan haar verplichtingen ingevolge deze Overeenkomst te voldoen.
Artikel 7
Artikel 7
Onderdeel van Luchtvaartovereenkomst tussen de Nederlandse Regering en de Oostenrijkse Federale Regering· Vervoersrecht
Deze tekst geldt sinds 22 januari 1948