Naar hoofdinhoud

Artikel III

Artikel III

Onderdeel van Luchtvaartovereenkomst tussen Nederland en Uruguay· Vervoersrecht

Teneinde bevoorrechtende praktijken te voorkomen en gelijkheid van behandeling te verzekeren, wordt overeengekomen, dat: Elk der Overeenkomstsluitende Partijen kan opleggen of doen opleggen, billijke en redelijke kosten voor het gebruik van luchthavens en andere faciliteiten. Elk van de Overeenkomstsluitende Partijen neemt echter op zich, dat deze kosten niet hooger zullen zijn dan die, welke zouden worden betaald voor het gebruik van zoodanige luchthavens en faciliteiten door haar eigen luchtvaartuigen, gebezigd op soortgelijke internationale diensten. Ten aanzien van motorbrandstof, smeeroliën en reservedeelen, ingevoerd op het grondgebied van een der Overeenkomstsluitende Partijen of binnen haar grondgebied door de andere Overeenkomstsluitende Partij aan boord genomen van luchtvaartuigen, hetzij voor haar eigen rekening dan wel voor de door haar aangewezen luchtvaartmaatschappij(en), en uitsluitend bestemd om te worden gebruikt door de luchtvaartuigen van de andere Overeenkomstsluitende Partij, wordt, voor wat betreft douanerechten, inspectiekosten of andere rechten, geheven door eerstbedoelde Overeenkomstsluitende Partij een behandeling toegepast, welke niet ongunstiger is dan die, toegestaan aan de eigen luchtvaartmaatschappijen, welke zich bezig houden met internationaal luchtvervoer of aan de luchtvaartmaatschappijen van de meest begunstigde natie. Luchtvaartuigen van een van de Overeenkomstsluitende Partijen, gebezigd bij de exploitatie van de overeengekomen diensten en voorraden aan motorbrandstof, smeerolie, reservedeelen, normale uitrustingsstukken en proviand, welke aan boord van die luchtvaartuigen blijven, zijn op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij vrijgesteld van douanerechten, inspectiekosten of soortgelijke rechten of kosten, zelfs indien zoodanige voorraden door deze luchtvaartuigen worden verbruikt bij vluchten binnen dat grondgebied. De onder vorenbedoelde vrijstelling vallende goederen mogen slechts worden gelost met toestemming van de douane-autoriteiten van de andere Overeenkomstsluitende Partij. De geloste goederen, die weer zullen moeten worden uitgevoerd, zullen tot aan den wederuitvoer onder toezicht van de douane blijven.

Rechtspraak bij dit artikel