Naar hoofdinhoud

TITEL VI

Artikel 18

Artikel 18

Onderdeel van Algemeen Verdrag nopens de voorrechten en immuniteiten van de Raad van Europa· Internationaal publiekrecht

Deze tekst geldt sinds 10 september 1952

Functionarissen van de Raad van Europa zullen: immuniteit genieten van rechtsvervolging met betrekking tot door hen gesproken of geschreven woorden en alle handelingen door hen verricht in hun officiële hoedanigheid en binnen de grenzen van hun bevoegdheid; vrijgesteld zijn van belasting op de salarissen en emolumenten welke aan hen worden betaald door de Raad van Europa; tezamen met hun echtgenoten en van hen afhankelijke familieleden, vrijgesteld zijn van immigratie-beperkingen en vreemdelingenregistratie; dezelfde voorrechten genieten nopens het wisselen van geld als die welke worden verleend aan functionarissen van vergelijkbare rang die deel uitmaken van diplomatieke zendingen bij de betreffende Regering; tezamen met hun echtgenoten en van hen afhankelijke bloedverwanten, dezelfde repatriëringsfaciliteiten ontvangen in tijden van internationale crisis, als personen die met een diplomatieke zending zijn belast; het recht hebben hun huisraad en goederen vrij van rechten in te voeren de eerste maal, dat zij hun post in het betreffende land aanvaarden, en om dit huisraad en deze goederen weer vrij uit te voeren naar het land waar zij domicilie hebben.

Rechtspraak bij dit artikel