Naar hoofdinhoud

TITEL IV

Artikel 9

Artikel 9

Onderdeel van Algemeen Verdrag nopens de voorrechten en immuniteiten van de Raad van Europa· Internationaal publiekrecht

Deze tekst geldt sinds 10 september 1952

De vertegenwoordigers in het Comité van Ministers zullen, tijdens de uitoefening van hun functies en tijdens hun reizen naar en van de plaats van samenkomst, de volgende voorrechten en immuniteiten genieten: immuniteit van persoonlijke arrestatie of gevangenhouding en van inbeslagneming van hun persoonlijke bagage en, met betrekking tot in hun officiële hoedanigheid gesproken of geschreven woorden of verrichte handelingen, vrijstelling van gerechtelijke vervolging van welke aard ook. Onschendbaarheid van alle papieren en stukken. Het recht codes te gebruiken en papieren en correspondentie te ontvangen per koerier of in verzegelde zakken. Vrijstelling met betrekking tot henzelf en hun echtgenoten van alle beperkingen betreffende immigratie of vreemdelingenregistratie in het land, dat zij bezoeken of waar zij doorreizen in de uitoefening van hun functie. Dezelfde faciliteiten met betrekking tot valuta en deviezenrestricties als verleend worden aan leden van diplomatieke vertegenwoordigers van overeenkomstige rang. Dezelfde immuniteiten en faciliteiten met betrekking tot hun persoonlijke bagage als worden toegestaan aan leden van diplomatieke missies van overeenkomstige rang.

Rechtspraak bij dit artikel