Naar hoofdinhoud

TITEL III › Hoofdstuk Vierde

Artikel 21

Artikel 21

Onderdeel van Administratief Accoord met betrekking tot de wijze van toepassing van het op 8 juli 1950 tussen Nederland en het Groothertogdom Luxemburg gesloten Algemeen Verdrag inzake de sociale zekerheid· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht

Deze tekst geldt sinds 1 oktober 1953

De Rijksverzekeringsbank stelt de aanvrager door middel van een aangetekende brief in kennis van de beslissingen welke door de bevoegde organen van elk der beide landen zijn genomen met betrekking tot de uitkeringen, berekend overeenkomstig de bepalingen van het Algemeen Verdrag, en licht hem in omtrent de bedragen van de uitkeringen, welke hij zou ontvangen ingeval hij zou afzien van de voordelen van artikel 8 van dat Verdrag. In deze kennisgeving moet de aanvrager mededeling worden gedaan van: de rechtsmiddelen, voorzien in de wetgeving van elk der beide landen; de bevoegdheid van de belanghebbende om binnen een termijn van veertien dagen mede te delen dat hij afstand doet van de voordelen van artikel 8 van het Verdrag. De Rijksverzekeringsbank deelt aan het bevoegde Luxemburgse orgaan mede: de datum, waarop de kennisgeving aan de aanvrager is verzonden; of de belanghebbende de voordelen van artikel 8 van het Algemeen Verdrag aanvaardt dan wel daarvan afstand doet.

Rechtspraak bij dit artikel