Naar hoofdinhoud

TITEL I

Artikel 1

Artikel 1

Onderdeel van Administratief Accoord met betrekking tot de wijze van toepassing van het op 7 januari 1950 tussen Nederland en Frankrijk gesloten Algemeen Verdrag inzake sociale zekerheid· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht

Deze tekst geldt sinds 27 maart 1952

Wanneer loonarbeiders en met deze gelijkgestelden in een ander land dan dat, waar zij gewoonlijk verblijf houden, werkzaam zijn ten behoeve van een onderneming, welke in het land van hun gewone verblijfplaats is gevestigd en waarbij zij gewoonlijk in dienst zijn, en zij krachtens het bepaalde bij artikel 3, tweede lid, onder a, van het Algemeen Verdrag onderworpen blijven aan de wettelijke regelingen van het land, waar zij gewoonlijk werkzaam zijn, zijn de volgende bepalingen van toepassing: De werkgever en de belanghebbenden regelen alle zaken met betrekking tot premiebetaling en uitkeringen rechtstreeks met het bevoegde Franse orgaan, wanneer het land, waar zij gewoonlijk werkzaam zijn, Frankrijk is en met het bevoegde Nederlandse orgaan, wanneer het land, waar zij gewoonlijk werkzaam zijn, Nederland is. Het bevoegde orgaan van het land, waar de belanghebbenden gewoonlijk werkzaam zijn, reikt aan ieder van hen een bewijs uit, waarvan het model door de Technische Commissie, bedoeld in artikel 48, wordt vastgesteld en dat de verklaring bevat, dat de betrokkene onderworpen blijft aan de wetgeving inzake de sociale zekerheid van dat land. Dat bewijs moet zo nodig door de vertegenwoordiger van de werkgever in het andere land, indien er een zodanige vertegenwoordiger is, of anders door de arbeider zelf, worden getoond. Wanneer een aantal arbeiders het land, waar zij gewoonlijk werkzaam zijn, tegelijkertijd verlaten met het doel om gezamenlijk in een ander land te gaan werken en om tegelijkertijd naar het eerste land terug te keren, kan met één bewijs voor alle arbeiders worden volstaan.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel