Indien overeenkomstig het bepaalde bij artikel 9, derde lid, van het Algemeen Verdrag de belanghebbende aanspraak maakt op invaliditeitsuitkering ten laste van het bevoegde orgaan van het land, waar hij vroeger verzekerd was, wordt hij slechts in het genot van die uitkering gesteld na beëindiging van de hem toekomende uitkering bij ziekte of langdurige ziekte overeenkomstig de wetgeving van het land, waar de ziekte geneeskundig is vastgesteld.
De Gewestelijke Kassen van Sociale Zekerheid enerzijds en de Rijksverzekeringsbank (R.V.B.) anderzijds verstrekken elkaar alle inlichtingen aangaande de verzekerden, bedoeld in het eerste lid van dit artikel; deze inlichtingen worden verstrekt door middel van een formulier, waarvan het model door de Technische Commissie wordt vastgesteld.
TITEL III › Hoofdstuk Eerste
Artikel 9
Artikel 9
Onderdeel van Administratief Accoord met betrekking tot de wijze van toepassing van het op 7 januari 1950 tussen Nederland en Frankrijk gesloten Algemeen Verdrag inzake sociale zekerheid· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 27 maart 1952