Naar hoofdinhoud

Artikel 14

Erkenning van bewijzen en vergunningen

Onderdeel van Overeenkomst inzake luchtvervoer tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Republiek Indonesië· Arbitrage

Deze tekst geldt sinds 1 februari 1994

Bewijzen van luchtwaardigheid, bewijzen van bevoegdheid en vergunningen die door een van de Overeenkomstsluitende Partijen zijn afgegeven of geldig verklaard en die nog niet zijn verlopen, worden door de andere Overeenkomstsluitende Partij als geldig erkend voor de exploiatie van overeengekomen diensten op de omschreven routes, mits deze bewijzen of vergunningen werden afgegeven of geldig verklaard overeenkomstig de op grond van het Verdrag vastgestelde normen. Elke Overeenkomstsluitende Partij behoudt zich evenwel het recht voor om voor vluchten boven haar grondgebied de erkenning te weigeren van bewijzen van bevoegdheid en vergunningen die aan haar eigen onderdanen zijn verstrekt door de andere Overeenkomstsluitende Partij. Ingevolge artikel 1, tweede lid, van de Overeenkomst van 29 juni 2011 zal, wanneer in de Engelse tekst van de bilaterale Overeenkomst, met Bijlage, wordt verwezen naar „nationals” van het Koninkrijk der Nederlanden, dit worden begrepen als een verwijzing naar „nationals” van de lidstaten van de Europese Unie (Trb. 2021/154).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel