De bewijzen van luchtwaardigheid, de bewijzen van geschiktheid en de vergunningen, uitgereikt of geldig verklaard door een overeenkomstsluitende partij, en welke nog van kracht zijn, zullen voor de exploitatie van de overeengekomen lijnen door de andere overeenkomstsluitende partij erkend worden. Elke overeenkomstsluitende partij behoudt zich evenwel het recht voor, voor vluchten boven haar eigen grondgebied bewijzen van geschiktheid en vergunningen door een andere Staat aan haar eigen onderdanen toegekend, niet te erkennen.
Artikel 6
Artikel 6
Onderdeel van Voorlopige Overeenkomst tussen Nederland en Zwitserland betreffende luchtlijnen· Vervoersrecht
Deze tekst geldt sinds 7 maart 1949