Naar hoofdinhoud

TITEL IV

Artikel 105

Samenwerking inzake migratie en asiel

Onderdeel van Partnerschaps- en Samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Irak, anderzijds· Financieel en economisch recht

Deze tekst geldt sinds 1 augustus 2018

1. De partijen wijzen opnieuw op het belang dat zij hechten aan gezamenlijke beheersing van de migratiestromen tussen hun grondgebieden. Om hun onderlinge samenwerking te versterken, zetten de partijen een brede dialoog op over alle kwesties in verband met migratie, waaronder illegale migratie, smokkel van migranten en mensenhandel en integratie van het migratievraagstuk in de nationale strategieën met betrekking tot de economische en sociale ontwikkeling van de gebieden van herkomst van de migranten. 2. De samenwerking wordt gebaseerd op een analyse van de specifieke behoeften, die in onderling overleg door de partijen wordt verricht, en wordt overeenkomstig de desbetreffende Uniewetgeving en nationale wetgeving uitgevoerd. De samenwerking richt zich met name op: de hoofdoorzaken van migratie; de ontwikkeling en tenuitvoerlegging van nationale wetgeving en praktijken met betrekking tot internationale bescherming, teneinde te voldoen aan de bepalingen van het verdrag van Genève van 1951 inzake de status van vluchtelingen, het protocol van 1967 en andere relevante internationale instrumenten, en teneinde ervoor te zorgen dat het beginsel van non-refoulement wordt nageleefd; hierbij wordt erkend that Irak nog geen partij is bij het verdrag van Genève van 1951 inzake de status van vluchtelingen en het protocol van 1967, maar de mogelijkheid overweegt om in de toekomst daartoe toe te treden; de toelatingscriteria, alsmede de rechten en de status van toegelaten personen, de eerlijke behandeling en integratie van legale buitenlandse ingezetenen, onderwijs en opleiding en maatregelen tegen racisme en vreemdelingenhaat; de opzet van een doeltreffende en preventieve aanpak van illegale migratie, smokkel van migranten en mensenhandel, alsmede de vraag hoe netwerken van handelaars en smokkelaars kunnen worden bestreden en de slachtoffers van deze handel kunnen worden beschermd; de humane en waardige repatriëring van illegaal verblijvende personen en de bevordering van vrijwillige terugkeer, alsmede de overname van dergelijke personen overeenkomstig lid 3; het visumbeleid, wat betreft onderwerpen die van wederzijds belang geacht worden, in het kader van het geldende Schengenacquis; grensbeheer en grenscontrole, met betrekking tot organisatie, opleiding, beste praktijken en andere operationele maatregelen op het terrein, en indien relevant, uitrusting, waarbij rekening gehouden wordt met het feit dat dergelijke uitrusting mogelijk voor tweeërlei gebruik geschikt is. 3. In het kader van de samenwerking ter voorkoming en beheersing van illegale immigratie komen de partijen eveneens overeen hun illegale migranten over te nemen. Daartoe: neemt Irak al zijn onderdanen die niet of niet langer aan de geldende voorwaarden voor binnenkomst, aanwezigheid of verblijf op het grondgebied van een lidstaat van de Unie voldoen, op verzoek van die lidstaat zonder verdere formaliteiten over; neemt iedere lidstaat van de Unie al zijn onderdanen die niet of niet langer aan de geldende voorwaarden voor binnenkomst, aanwezigheid of verblijf op het grondgebied van Irak voldoen, op verzoek van Irak zonder verdere formaliteiten over. 4. Voor dergelijke doeleinden verstrekken de lidstaten van de Unie en Irak hun onderdanen passende documenten waarmee zij hun identiteit voor reisdoeleinden kunnen bevestigen. Indien een over te nemen persoon geen documenten of andere bewijzen van zijn nationaliteit bezit, neemt de bevoegde diplomatieke en consulaire vertegenwoordiging van de betrokken lidstaat of van Irak op verzoek van Irak of de betrokken lidstaat de nodige maatregelen om de over te nemen persoon te ondervragen om zijn nationaliteit vast te stellen. 5. De partijen komen in dit verband overeen op verzoek van een partij als gedefinieerd in artikel 122 zo snel mogelijk een overeenkomst te sluiten ter voorkoming en beheersing van illegale migratie en tot vaststelling van de specifieke procedures en verplichtingen voor overname, met inbegrip van de overname van onderdanen van andere landen en staatloze personen indien beide partijen dat passend achten. 6. Bij de samenwerking op dit gebied worden de rechten, verplichtingen en verantwoordelijkheden van de partijen uit hoofde van het desbetreffende internationale recht en het internationale humanitaire recht ten volle geëerbiedigd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel