Naar hoofdinhoud

TITEL II › AFDELING VI › HOOFDSTUK IV

Artikel 79

Relatie tot WTO-verplichtingen

Onderdeel van Partnerschaps- en Samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Irak, anderzijds· Financieel en economisch recht

Deze tekst geldt sinds 1 augustus 2018

1. Totdat Irak tot de Wereldhandelsorganisatie toetreedt, passen de arbitragepanels bij hun beslissingen over beweerde schending van een van de in artikel 62 bedoelde bepalingen waarin een bepaling in het kader van de WTO-Overeenkomst is opgenomen of die daarnaar verwijst, een interpretatie toe die volledig in overeenstemming is met de relevante besluiten van het Orgaan voor geschillenbeslechting van de Wereldhandelsorganisatie. 2. Vanaf de toetreding van Irak tot de WTO zijn de leden 3 tot en met 6 van toepassing: 3. Een beroep op de bepalingen in deze afdeling over de beslechting van geschillen doet geen afbreuk aan enige rechtsvordering in het kader van de WTO, met inbegrip van die tot beslechting van een geschil. 4. Wanneer echter een partij in verband met een specifieke maatregel een procedure voor de beslechting van een geschil heeft ingeleid, hetzij krachtens artikel 64, lid 1, van deze overeenkomst, hetzij krachtens de WTO-Overeenkomst, kan deze partij in verband met dezelfde maatregel geen procedure voor geschillenbeslechting in het andere forum inleiden totdat de eerste procedure is afgesloten. Bovendien mag een partij in verband met een inbreuk op een identieke verplichting uit hoofde van deze overeenkomst en uit hoofde van de WTO-Overeenkomst niet in beide fora een procedure inleiden. In dat geval mag de partij, zodra een procedure voor geschillenbeslechting is ingeleid, geen procedure ten aanzien van de identieke verplichting uit hoofde van de andere overeenkomst meer inleiden in het andere forum, tenzij het gekozen forum om procedurele of bevoegdheidsredenen geen uitspraak doet. 5. Voor de toepassing van lid 4: worden procedures voor de geschillenbeslechting krachtens de WTO-Overeenkomst geacht te zijn ingeleid wanneer een partij overeenkomstig artikel 6 van het memorandum inzake geschillenbeslechting een verzoek tot instelling van een panel indient en worden zij geacht te zijn beëindigd wanneer het Orgaan voor geschillenbeslechting overeenkomstig artikel 16 en artikel 17, lid 14, van het memorandum inzake geschillenbeslechting het verslag van het panel en in voorkomend geval het verslag van de Beroepsinstantie goedkeurt; worden procedures voor geschillenbeslechting krachtens deze afdeling geacht te zijn ingeleid wanneer een partij overeenkomstig artikel 64, lid 1, een verzoek tot instelling van een panel indient en worden zij geacht te zijn beëindigd wanneer het arbitragepanel overeenkomstig artikel 67 zijn uitspraak bekendmaakt aan de partijen en het samenwerkingscomité. 6. Niets in deze afdeling belet een partij een schorsing van verplichtingen ten uitvoer te leggen, die is toegestaan door het Orgaan voor geschillenbeslechting van de WTO. Er kan geen beroep op de WTO-Overeenkomst worden gedaan om een partij te beletten verplichtingen uit hoofde van titel II van deze overeenkomst op te schorten.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel